Met de lunchpakketten op de mechs naar Ypenburg!

Meer leden dan gebruikelijk maakten van het weekeinde een uitje, vanwege de laatste mooie dagen deze herfst. De zaal liep langzaam vol, en er waren veel aanwezigen die gewoon kwamen beppen in laats van spelen, en daarna een terrasje opzochten.

Dat betekende een piek tijdens lunchtijd met croissants, broodjes en natuurlijk de appeltaart. De fudgepot bevat inmiddels gedoneerde Amerikaanse snoepjes met de smaak dayglow fruity.

Peter H besloot bij te lezen over zijn favoriete onderwerp: Kursk.

Michel en Frits bespraken de arbeidsmarkt en een nieuwe baan.

En Jos pakte z’n pallet Scythe uit.

 wheat milling technology  |
 wheat flour mill machinery cost  |
 flour mill plant manufacturers  |
 flour mill plant manufacturers  |
 how to start a flour mill  |
 maize flour milling machine  |
 maize flour milling process  |
 maize flour mill machinery  |
 wheat milling machines  |
 small wheat flour mill machine  |
 corn flour mill  |
 corn flour mill  |
 automatic flour mill  |
 wheat flour processing  |
 small scale flour mill  |
 flour milling equipment  |
 flour packaging machine  |
 automatic flour mill  |
 maize milling process  |
 wheat flour mill machine  |
 miniwheat  |
 corn mill grinder  
 flour milling machines  |
 maize milling machine for sale  |
 maize flour production  |
 corn flour making machine  |
 corn flour making machine  |
 corn grinder for sale  |
 cheap milling machine  |
 maize flour machine  |
 price of flour mill machine  |
 flour mill diagram  |
 corn milling equipment  |
 flour mill suppliers  |
 wheat flour mills  |
 maize flour machine  |
 corn mill machine  |
 flour mill machine  |
 wheat flour mill machinery cost  |
 flour mill diagram  |
 flour milling industry  |
 wheat flour mill plant  |
 flour packaging machine  |
 flour grinder machine  |
 wheat flour mill plant  |
 types of flour mills  |
 maize processing plant  |

In dit steampunk spel speelt elke deelnemer een land die met een mix van WO1 spulletjes en nieuwe technologie probeert de winnen door het uitvoeren van een prive missie.

Een ieder probeert een rijk op te bouwen en voldoende populariteit en productie te krijgen om de grote warmachines te kunnen bouwen.

Die trouwens per land verschillend zijn, met verschillende eigenschappen. Ik begrijp nog steeds niet waarom het mechs moeten zijn. Maar ja The Rule of Cool.

Er zijn diverse manieren om te winnen en dat zorgde voor enig gefrons bij de spelers.

Al snel kwamen de spelers elkaar overal tegen en braken de gewelddadigheden uit. Huib fronste het beste en won het spel met straatlengte voorsprong.

Omdat we tafels en figuren klaar hebben staan, kun je ook even binnenvallen voor een spelletje met de clubfiguren. Erwin en Co waren present.

In dit geval met gebruik van de club dwergen.

Farid runde z’n RPG campagne en Matthijs was succesvol onheus tegen zijn 2e draak. Dat maakt hem nu zo ongeveer ongewenst vreemdeling op zijn thuisplaneet.

De 21e Overloon nadert met rasse schreden. Hans en Dick hebben nieuwe foto’s van het vliegveld Ypenburg in WO2 gekregen en zijn bezig het bord aan te passen aan nieuwe plaatsen voor kraters, een tribune en loopgraven met luchtdekking.

Nou moet Dick alleen nog de rol behang terugvinden die ze gebruikt hebben voor de weg.

De loopgraven schoten snel op.

Het is wel grappig om te zien dat de oppervlakte spullenboel bijna zo groot is als de oppervlakte van de demo.   Dat wordt wel wat.

Tot volgende week!

1 Comments.

  1. Hannah, hoofdstuk 6: Dragonslayer

    Mijn rug kriebelt. Al de hele week. Eigenlijk al de hele maand. Ik heb een tatoeage laten zetten. Op mijn ziel, op mijn aura en in mijn huid. Ter nagedachtenis van de draak die ik weken geleden heb verslagen. Ik voel me sterker, scherper, meer levend. Ik neem de wereld anders waar, alsof alles een heel klein beetje van mij vandaan staat. Oh ja! En ik liep onbewust door een stalen balk heen. Omdat ik nu blijkbaar echter ben dan de werkelijkheid. Het is me uitgelegd door de enchanter-tattoo-artist, maar ik snap het maar half, en ik voel het nog helemaal niet.

    Bericht van Banruku, Ork der Orken, voormalig krijgsleider, mijn mentor, vriend van mijn moeder. Hij vraagt me om klaar te staan. En om vrienden mee te nemen. Hij verwacht een strijd die kan resulteren in de bevrijding van mams.

    Ik neem geestelijk contact op met de anderen. Floris heeft het druk met het vinden van zichzelf in al zijn en haar nieuwe vormen. Farin bestaat niet op dit moment, blijkbaar beweegt hij momenteel dwars op de tijdstroom. Raphaël is naar een ver land in het oosten, zijn horizon aan het verbreden. En Budo eet een kippetje.

    Gelukkig reageren Eionë en Thibaud wel. Eionë (bosgeest, vrouwelijke druïde en geloofsgenoot, Peter) heeft niet veel om handen en wel behoefte aan financiële middelen. Thibaud (Shaolin elementaal-tovenaar, elf, geest draak en vriend, Ed) is altijd wel in voor spannende, chaotische avonturen, vermoedelijk heeft zijn band met Loki daar iets mee te maken…

    Banruku legt me uit dat ons belangrijkste doel is, om zo’n indrukwekkende aanval op het raadsgebouw van mijn clan uit te voeren dat een verborgen speler eindelijk zijn of haar gezicht laat zien. En dat geeft Banruku dan weer de kans om toe te slaan en een einde te maken aan die inmenging in de zaken van “mijn” orks.

    Ik pak voorzichtig mijn wijn, de pul kraakt een beetje. Damn! Ik ben nog sterker geworden dan ik al dacht. Uhm… en als orkin vechter, verkenner, explosieven-tovenaar en alpha-weerbeer was ik al betrekkelijk buiten de norm! Eionë, Thibaud en ik staan rond de haard en bespreken de plannen. De impact van onze aanval moet zo groot mogelijk zijn. Omdat ik bekend ben met de raadskamers in de hoofdstad kunnen we in tamelijk detail de acties plannen. Banruku kan ons tot bij de trappen van het tempel-achtige gebouw verplaatsen. Het plan is dat ik –om te beginnen in mijn orken vorm en met tweehands kromzwaard- zo indrukwekkend mogelijk naar binnen storm en mij daar door de wachters heen vecht totdat ik bij Z’tzzgor, de valse sjamaan, ben. Ondertussen zorgt Eionë er voor dat de ingang afgesloten is en dat ik niet gestoord wordt. En terwijl wij iedereen boven de grond aanvallen of bezighouden sluipt Thibaud de kelders in om mijn moeder uit haar cel te bevrijden. Daar zijn ook wat bondgenoten van haar, misschien kunnen die ook bevrijd worden. Er zullen ook tientallen ork strijders zijn om het gebouw te beveiligen maar ik vind dat we die moeten kunnen hebben.

    Banruku geeft het signaal, de wereld verdwijnt en plots staan we op het grote stadsplein, onderaan de trappen van het raadshuis van mijn clan. (Hoe doet hij dat??!! Ieder ander teleporteert er op Mondatis kilometers naast.)

    Focus!

    Ik ren de trappen op met Eionë vlak naast me. Thibaud zie ik niet meer maar hij is als een schaduwmantel in mijn kielzog. Op de trappen staan iets van zeven orks, vijf zijn volkomen verrast, twee hebben hun haakbussen klaar om te schieten. Ik zwiep mijn tweehander omhoog door de loop van de linker en zet een schouder tegen de rechter. Één meter tachtig, honderd kilo spieren, zware botten en drakenhuid (huh?!) zijn ruim genoeg om door te rammen.
    Ik ren door de open deuren en zie binnen nog meer wachters. Één slaat bijna alarm dus daar storm ik op af. Naast mij strooit Eionë een handvol zaadjes in de deuropening en daar groeit ineens een hecht struikgewas. Dan begint ze te zingen. Ik hoor het gelukkig niet zo goed want ze heeft op maat gegroeide houten oordopjes voor ons gemaakt. Volgende vechter; ze zijn best taai, we wisselen slagen uit maar weten elkaar nog niet echt te raken. Er klinkt een zuivere noot zelfs door mijn oordopjes heen. Ik knipper wat met mijn ogen en wil opnieuw uithalen. Dan vallen alle orks om mij heen in diepe slaap. Niet één of twee, nee allemaal.

    Van Thibaud begrijp ik dat hij op dat moment via de schaduwen de wenteltrap is afgegaan. Tegen de tijd dat hij beneden aankomt slapen ook daar bijna alle orks. Hij gebruikt mijn slotenbrekers gereedschap (geleend, Thibaud, geleend!) om de magische muren, sloten, beschermingen en vallen te voelen. Hij ontmantelt er een paar en loopt daarna naar de laatste wachtersruimte voor het afgesloten cellenblok. De wachters aldaar rekken zich een beetje uit en beginnen weer wakker te worden.

    Achterin de ontvangsthal zie ik een deur open gaan. Een akelig competente strijdheer stapt binnen met een tweekoppige strijdbijl al klaar zijn de hand. Ik roep dat ik voor de vuile sjamaan kom, en dat mijn strijd niet met hem is. In antwoord valt hij me aan. Ik verander in één keer (magie!) in mijn oorlogsberenvorm en een bitter gevecht brandt los. Hij is beter, ik kan meer hebben. We raken elkaar, mijn rechterarm bevriest, we raken elkaar weer, het bloed in mijn linkerflank brandt van binnen uit, een bliksem raakt de strijder (dankje Eionë), hij is even afgeleid, ik raak hem hard. “Geef je over!”, roep ik hem toe. In antwoord breek hij met zijn voorhoofd mijn neus. De brand in mijn flank is zo pijnlijk het bijna zwart wordt voor mijn ogen. Er stapt een hogepriesteres van M’ork de hal in. Eionë slingert er wat spreuken in. De priesteres tovert een groene beschermschild over zichzelf en de strijdheer. Ik activeer mijn “bomgordel”. Zelf betoverd, gemaakt om in een kleine cirkel een enorme klap te geven, er van uitgaande dat ik die wel kan hebben. Oeps.

    Ondertussen pakt Thibaud, tien meter onder ons, een paar gifnaalden en danst acrobatisch tussen de ontwakende orks door. Hij steekt ze stuk voor stuk in hun nek en voordat ze echt wakker zijn vallen ze nogmaals, en nu nog wat dieper, in slaap. Hij pakt het inbrekersgereedschap er weer bij en heeft in een ogenblik het cellenblok geopend. Na enig zoeken vindt hij de cel van mijn moeder en puzzelt op het slot. (Hij weet gelukkig de naastgelegen cel met de afgrijselijke geest te herkennen en laat die voor wat het is…) Het slot is zeer lastig maar uiteindelijk krijgt hij het open. Mijn moeder vraagt wat hij komt doen. Hij verspreekt zich, ziet heel even zijn laatste moment in haar ogen, maar herstelt zich op tijd. Een beetje schuchter opent hij daarna de cellen met haar bondgenoten en ze gaan gevijf naar boven. Enigszins beducht want ze hebben daar net een enorme explosie gehoord.

    De buitenmuren van de hal blazen er uit, de pilaren vliegen mee, het dak komt donderend naar beneden. (WTF, dat was geen vier meter explosie-radius! Waar heb ik me misrekend, 8x8x8 meter is toch… oh nee. Hmmm… Oh ja, focus!) De generaal onder mij is volkomen van de wereld, Eionë wordt met de muren mee naar achter geblazen maar weet wonder boven wonder alle grote brokstukken te vermijden. Ik verbijt me en kom overeind en zie dat de priesteres volledig ongedeerd is. Dat groene aura heeft haar perfect beschermd en is zelfs doende de krijgsheer te genezen. Ik roep Erraine aan en voel me gezegend. Ik gebruik mijn sabotage magie om dat groene schild te verzieken. Het heeft een buitengewoon effect en het schild begint de twee vijanden te branden. Ik rek me tevreden uit en kijk door de open deur recht in de ogen van Z’tzzgor. Alles doet pijn en hij ziet er goed uitgerust uit.
    Ik roep hem toe: “Z’tzzgor, uggum, uggum, (Heal Body), uggum, je laatste uur heeft geslagen!” Terwijl ik dat doe maakt hij een werpbeweging naar me en een bal van vuur vult de ruimte om mij heen. Te druk met mijn eigen genezingsmagie heb ik de tijd niet meer om te reageren. Mijn lijf voelt een fractie van een seconde beter en dan rolt de hitte over me heen. Het doet hernieuwd pijn, verhevigt het vuur dat nog in mijn bloed brandt maar toch ben ik sterker dan daarvoor. Ik bespring de sjamaan en zet mijn beide klauwen in zijn borst.

    Op dat moment scheurt de hemel open en vliegt er een Mondatis-formaat draak boven de ruïne van de hal. De draak is zwart en groen en zij klauwt mijn kant op. Alles om mij heen verdwijnt en ik wordt met Z’tzzgor verplaatst naar een bol van genezing in een andere dimensie. Ik sta op het punt om in te storten, als ik opeens de werkelijkheid om mij heen voel gehoorzamen aan mijn onderbewuste wensen. Heel even voel ik geen pijn meer en ben ik sterker dan ooit. Ik twijfel geen moment, trek mijn klauwen uit elkaar en bijt in het blootliggend hart van mijn tegenstander. Hij sterft acuut en de vreemde dimensie verdwijnt.
    Een enorm gebrul alarmeert mij tot een gevecht in de brokstukken. Ik zie een gigantische groenmetalen draak verstrengeld met de zwart-groene. Aan de andere kant zie ik Thibaud verschijnen vergezeld van mijn moeder en drie andere orks. Ondersteund door Eionë bemoeien zij zich direct gewelddadig met de krijgsheer en de priesteres.
    Ik kijk vertwijfeld naar het gevecht tussen de twee draken. In mijn hoofd verschijnt een gedachte die niet van mijzelf is; val de onderste draak aan! Woah, ik begon het al een beetje te vermoeden, maar Banruku is een draak (die groenmetalen), en hij wil mijn hulp. Ik haal diep adem en ren dan tussen de klauwen door onder het lijf van de zwart-groene draak. Vlak voordat ik met een strijdkreet mijn klauw in diens borstkas wil slaan verschijnt er een houten speer in mijn klauw/handen. Een drakendoder? Ik schreeuw het uit en stoot de speer diep in het hart van de draak. Een huilend geluid scheurt door de lucht en ik voel dat een tweede drakenziel zich met mijn aura verweeft.

    Heel even voel ik me geweldig. En dan bedenk ik me. Dat is er één teveel. Op Mondatis kan het doden van een draak je nog vergeven worden. Maar bij de tweede gaan ze op je jagen. Allemaal.

    Wat nu?!

    Banruku tovert kennis in mijn hoofd. Hij zal de ergste wraak afwenden, maar helemaal veilig zal Mondatis voorlopig niet zijn. De orks van mijn clan zijn weer vrij en dat is hem veel waard. Die andere draak had ze onder controle en dat is nu verbroken. Ik zal op de thuiswereld van mijn vrienden betrekkelijk veilig zijn hoewel er nu wel een ninja op me jaagt, met honderd kopieën.

    Dus.

    Ik moet maar gaan sparen. Mijn tatoeage kostte een miljoen, als ik er één bij laat zetten om de zwart groene draak te eren, dan kan die daar natuurlijk niet voor onder doen.

    Binnenkort maar eens een einde maken aan het Zeldaanen gevaar, dat heeft nu lang genoeg geduurd.

    Vreemd trouwens, in het cellenblok is een uitbraak van vuurmieren geconstateerd die helemaal niet op Mondatis voorkomen. Je kunt zo’n Loki-aanhanger blijkbaar nooit onbewaakt laten.

    En ik moet maar eens bedenken wat ik (buiten Mondatis) zal gaan doen. Misschien een tijdje rustig aan…

    Hannah out.

    Oh ja. En mijn rug kriebelt.
    Nu ook tussen de schouderbladen.