Speldag 8 juli: Een Beroemdheid in Congo, Body language en Wargaming, Orcses in Space en Zombies op de Catwalk.

De zomer was goed uitgebroken toen ik me na de 12e nacht van 4 uur slaap naar de club begaf. Hardnekkig virusje, maar in de zon lopen was wel even lekker. Op de club was iedereen druk aan het graaien in de dozen boeken en figuren die door Marcel waren afgeleverd. Standaard procedure: je pakt wat je wilt en vraagt mij wat het kost. Prijs is afhankelijk van m’n humeur :)

Willen Bernd en Maarten zich trouwens melden? Ik heb nog wat voor jullie staan.

Pat liet zich door Lowie de details van Congo uitleggen. Hierin trekken warbands de Afrikaanse binnenlanden in.

Een soort Dr Livingstone I presume? Pat had in ieder geval een fraaie warband meegenomen. Herkennen jullie de beroemdheid?

Lowie houdt van order en netheid en uniformen. Zijn Askari’s zaten strak in het pak.

Even later kwam Gerard ook opdraven met zijn Sikhs. Dit zijn de slachtoffers trouwens.

Een en ander leidde tot een genoeglijke middag met z’n drieen. Ik begrijp dat Pat inmiddels is overtuigd.

Cees schoof aan bij de hardcore I Aint Been Shot Mum club.

Een Engelse aanval op een Duitse linie.

Body language is best instructief. Van de relaxte foto van twee foto’s geleden steeg de spanning toen het aantal te werpen dobbelstenen toenam.

En op het moment supreme, dook Cees weg, zette Michel zich schrap en concentreerde Jan zich zo op de dobbels dat hij er van fronste. Dick is verstandig genoeg zich te verschuilen voor de foto.

Lex speelde met z’n eigen wargame regels Tweede Wereldoorlog. Specialiteit: veel D6, heel veel D6.

En een onvermijdelijke eclectische mix van het liefst zo groot mogelijke tanks.

Ook hier hadden de spelers duidelijk Rapport. Niet duidelijk of het ging over een cunning plan of dat Hans en Peter hun kans schoon zagen voor appeltaart.

Farid leidde de volgende aflevering van zijn RPG Runequest Old Skool campagne.

De rivaliteit tussen Matthijs en Farid druppelt hier en daar wat door. Niet geholpen door het feit dat Matthijs tijdens het Role-Playen zijn nieuwe orcses zat te bekijken voor de volgende slagen For Reign and Ruin. Ze zijn trouwens wel cute die orcses.

Hans had dienst en ging door met het schoonmaken van de figuren voor zijn Chinese Terra Cotta leger in 15mm. Dat betekent dat hij bestaande Chinese figuren zo verminkt dat ze eruit zien als beschadigd terra cotta in plaats van echte chinezen. Daarna gaat het schilderen overigens wel snel. Zou dat zn geheime plan zijn voor de Schildercompetitie?

Ik ging verder met m’n Schotten en dommelde zo nu en dan wat in.

Niet helemaal geholpen door de aantallen. Vandaag 55 keer huidskleur, 55 rokjes en 55 keer drybrush afgekregen uiteindelijk.

Petra schilderde ook en had een Zombie Cat Walk georganiseerd. Ze had last van Painters SplurgePainters Block kent iedereen: dan lukt het schilderen niet.

Bij Painters Splurge kun je niet kiezen en neem je alle projecten tegelijk mee. In dit geval dus Zombies voor Zombicide, Figuren voor de D&D campagne, twee warbands, monsters voor Frostgrave en beestjes.

Het werd in ieder geval een productieve dag. Tot Volgende Week!

1 Comments.

  1. Hannah, hoofdstuk 4: Herboren

    Erraine, Aardemoeder, Beschermvrouwe aller beren, ik ben verward. Veranderd, versterkt, vervloekt en herboren. Ben ik op de goede weg, breng ik uw rijk verder? Hier is mijn relaas.

    Ik, Hannah de Blanc, alpha weer-beer, orc, vechter en magiër kijk in de spiegel. En kijk recht in de ogen van een vreemde man. Een kwetsbare mens. Maar ik zie zoveel meer!
    Ik zie de zwaartekracht golven en stromen, ik zie minstens tien nabije werelden en evenzoveel energiestaten, ik voel honderd zielen om mij heen en kan ze allemaal aanraken, en levende zielen ruiken lekker, en zo kwetsbaar. Ik zie hoe oud de spiegel is en als ik me concentreer dan krijg ik een visioen van het gezicht van de glasblazer, iets dieper kijkend zie ik de smelt-spreuk die zij gebruikte voor het glas, iets dichterbij blikkend zie ik ragfijne stromen van magie rond mijn armen kringelen, mijzelf bestuderend zie een mens, een man, zwak van lijf maar oh zo sterk van geest. Hij beheerst ruimte en tijd, doden en levenden en ziet diep, zo diep. Hoe ben ik zo geworden?

    Ik was op het veilige eiland met de kleine Erraine tempel. Daar begon deze verwarrende reis.
    De priesteres gaf antwoord op al mijn vragen. En ze adviseerde mij bij complexe rituelen. Ik voelde een tijdsdruk dus ik duwde maar door. In de momenten van rust tussen de rituelen trainde ik met Raphaël (legendarisch dark elf duellist, meester verplaatser, praktisch onsterfelijk, Chris Jan) hij leert mij teleporteren en ik vertel hem alles wat hij wil weten over Mondatis, mijn thuiswereld. De rituelen zelf waren een succes, hoewel het resultaat mij ook uit balans bracht.
    Ik heb een vaste compagnon opgeroepen, Shizumo, een geest kat, of eigenlijk een super geest sabeltand tijger die aan een volgende versie van zijn ontelbare levens begint. In de loop van de weken nadat we verbonden zijn kom ik er achter dat dit waarschijnlijk zijn laatste leven zal zijn en dat hij iets groots wil nalaten. Het enige probleem is; hij heeft een hekel aan me. Een paar dagen geleden heb ik met hem gevochten (zie een eerder hoofdstuk) en met enorm veel geluk van hem gewonnen. Dat vergeeft hij me nog niet, en hij kijkt soms naar me alsof ik een lekker hapje ben.
    Dit is een soort voorbode van de rest van mijn belevenissen van vandaag…

    Terwijl ik op het veilige eiland train op de kennis en kunde die verwacht wordt van een Erraine volgeling en mij aan het voorbereiden ben op een toekomstig treffen met de Zeldaanen (buitenaardse invallers) komt Banruku (ork, sponsor van mijn moeder, leermeester van mij) op bezoek. Hij wil dat ik binnenkort wat zaken op Mondatis oppak. Maar daarvoor moet ik eerst onherkenbaar gemaakt worden. Hij weet wel een heks die mij tijdelijk kan vervloeken en op die manier kan veranderen in heel iemand anders. De heks van Shaldar Kur, Misrrah Zodoraa luisterde naar me, hoorde de wachtwoorden die ik van Banruku meekreeg, gebood me de ogen te sluiten en vervloekte me.

    Ik kijk nog één keer in de spiegel. Ongelofelijk. Dan loop ik naar beneden waar de rest al druk in gesprek is. Hoewel ik mijn verandering bij ze had aangekondigd willen ze niet geloven dat ik het ben. Zelfs na het uitspreken van de afgesproken codewoorden en het delen van herinneringen blijft vooral Eionë (bosnimf, natuurtovenares, vertrouwde van Erraine, Peter) nog steeds achterdochtig. Het feit dat ik alleen maar wil luisteren naar de naam Saint John (uitspraak; Sin Jin) helpt daar natuurlijk niet bij. Raphaël voelt zich onverklaarbaar tot mij aangetrokken, ik vertel hem maar niet dat het komt omdat ik op dit moment necromancer ben, dat vindt zijn soort meestal geen reden voor “een leven en laten leven” houding.
    Floor (heel intuïtief, genezeres, man/vrouw mens, rijk, Bianca) heeft het woord. Ze vertelt dat haar butler (Henry, een soort spion of zo?) een manier gevonden heeft tegen haar vervloeking. Haar tweede natuur wordt onderdrukt door een spreuk die versterkt wordt door een Mondatis draak. Eigenlijk wil ik op dat moment zeggen dat het een hopeloze zaak is, maar met de energie die ik nu door mijn geest voel stromen denk ik dat het misschien wel goed te doen zal zijn.
    De butler heeft haar verteld dat we een proeve van bekwaamheid moeten afleggen en dat we daarna iets krijgen dat de draak kan helpen verslaan.

    We doen wat laatste voorbereidingen en gaan dan direct op reis. We nemen het schip van Raphaël om naar Mondatis te gaan en zullen aldaar we een luchtschip nemen van Floris (nobelman, mens, Bianca) om naar de stad te gaan waar een orc kluizenaar de weg weet naar de proeven.
    De reis naar mijn wereld gaat snel en voor de ochtend is verstreken zijn we al aan boord van het luchtschip. (tot mijn schrik hangt er een flinterdun zoek-web om heel Mondatis heen, gemaakt om Hannah te vinden, maar goed dat ik Saint John ben vandaag)

    Ik speel een beetje met zwaartekracht en steentjes. Dan besluit ik wat groters te proberen. Ik weef een krachtveld rond het schip en weet op die manier onze reistijd te halveren. De kapitein vindt het een beetje spannend en vraagt of ik dat op de terugreis maar niet meer wil doen.
    Gesterkt door dit succes besluit ik mijn vleugels nu echt uit te slaan. Ik concentreer mij diep en probeer te voelen of er ergens in de buurt nog een stevige (draagbare) krachtsbron te vinden is. Ik ben tenslotte al mijn normale “speelgoed” kwijt in deze vorm. Het lukt best aardig. Een paar honderd kilometer verderop voel ik een zwaardvormige energiebron. Eigenlijk wilde ik een ring of een staf maar toch, niet slecht!
    Ik wiebel als groet mijn vingers naar Raphaël en spring overboord. De valwind speelt met mijn haren en op het laatste moment verwissel ik de polariteit van mijn gewicht voor een zachte landing. Net te laat naar blijkt en mijn enkel is stevig geblesseerd. Ik bijt door de pijn heen (iets dat normaal een stuk makkelijker gaat trouwens) en genees mijzelf met een klein beetje doodsmagie.
    Dan teken ik snel vijf pentagrammen in het zand met nog kleintje in het midden. Ik concentreer kort maar intens en roep het zwaard naar mij toe. Mondatis spartelt een beetje tegen maar met een beetje extra inzet zet ik door. Voor mij zweeft een ongelofelijk mooi kort zwaard, een gladius. Het gonst van energie en smeekt gewoon om mijn hand. Ik pak het en het begint tegen me te praten. Vreemd, ik heb opeens trek. Throxandar heet het en het belooft mij enorme kracht, als we maar wel eerst wat gaan eten. Iets vers, rauw en levends.
    Als ik om mij heen voel vind ik de geest van een krokodil en als ik daar naar toe loop is het gelukkig een echte. Ik concentreer me even en het beest valt in slaap. Met een sierlijke zwaai wil ik het dier onthoofden maar Throxandar stopt. Hij zegt me dat rauw vlees eten met mijn eigen tanden veel beter is. Ik doe een kleine desintegreer spreuk op een poot en heb zodoende een mooi beginnetje. Nadat ik twee happen rauw vlees heb genomen merk ik dat de honger alleen maar erger wordt. Ik stop. Ik voel. Ik denk. Vervloekt. Letterlijk. Deze honger is onnatuurlijk en zal nooit verzadigd raken. Om deze lijfelijke honger te verdringen ontwaak ik mijn doodskrachten en drink met mijn geest de ziel van de krokodil. Vanaf nu eet ik niet meer maar zal ik mij anders in leven houden. Dan hoor ik achter me een enorme kat snorren. Shizumo lacht me uit.
    Na een korte mentale strijd lukt het me om het zwaard aan mijn riem te hangen (in plaats van het als een verslaafde vast te blijven houden) en kan ik terug naar het schip. Het zwaard achterlaten is geen optie.
    Ik vlieg achter het schip aan, haal ze in en ga weer aan boord. De anderen kijken naar het zwaard maar zeggen niets. Als ik na twee uur al weer honger krijg knabbel ik heel voorzichtig kleine hapjes van de zielen van de matrozen, die groeien toch snel weer aan. De kapitein lijkt het door te hebben want hij kijkt weer niet blij naar me.

    Als we bij de stad aankomen zeg ik tegen de anderen dat zij maar met de kluizenaar moeten gaan praten want ik heb mijn dag niet. Ondertussen analyseer ik Throxandar en het zwaard zingt me ondertussen toe in het Orcs. Vreemd.

    Na een uurtje krijg ik een telepathisch bericht van Raphaël dat ik direct naar de kluizenaar moet komen omdat daar NU een portaal opent waar we doorheen moeten voor de proeven. Ik verdraai mijn eigen zwaarte, en voeg daar een beetje extra aan toe, en vlieg direct naar de anderen toe. De stedelingen kijken verbijsterd naar de deur van de kluizenaar die zich ook voor mij opent (nadat die al in geen eeuwen iemand had toegelaten).
    Ik negeer de stokoude orc en stap met mijn vrienden door het portaal.

    Een enorme ruimte. Het is er stil. Er zweven vier platformen en verder is er niets. Als ik mij concentreer en probeer te zien of voelen wat hier is gebeurd merk ik aan de aura’s en de energiesporen dat deze ruimte in geen eeuwen betreed is. Floris leest de teksten die op de zijkanten van de platforms geschreven staan. Er is een volgorde in de proeven en ze hebben thema’s. Als eerste Natuur, als tweede Gevecht, als derde Leiderschap en als vierde Magie. (Woah! Is het toeval dat ik door Banruku tot tovenaar ben laten omvormen, of heeft hij er voordeel bij als ik Floris help?!)

    De anderen gaan eerst en weten met, ogenschijnlijk, weinig problemen hun proeven te doorstaan.
    Dan ben ik. Ik probeer het zwaard nog af te doen –de proeven passen zich namelijk in zwaarte aan- maar het ding vliegt met mij mee.

    Ik stap op het platform en zie verderop een klassieke tovenaar met baard en staf. En een zwevend zwaard. Omdat ik een beetje onwennig ben in deze vorm, en omdat ik wel wil zien wat de ander kan, wacht ik af.
    Wolken van vuur rollen op mij af. Ik teleporteer achter de tovenaar en gebruik doodsmagie om hem uit te schakelen. Hij blijft jammer genoeg overeind en ik wordt geraakt door zijn magie. Bliksemsnel roep ik mijn persoonlijke krachtveld op maar ik voel mezelf verzwakken. Tussen ons in zijn de zwaarden in gevecht. Ik sluip in de geest van de magiër en laat hem geloven dat ik terug teleporteer naar waar ik eerder stond. Een barrage van elementen slaat daar neer. Ik concentreer mij kort en tover dan een miniatuur zwart gat vlak naast mijn tegenstander. Hij weet het met moeite af te wenden en wankelt. Dan springt Shizumo tevoorschijn en duikt boven op de magiër. Ik vergeet helemaal dat ik geen weerbeer ben en –misschien wel verleid door het hongeropwekkende zwaard- ik duik bovenop de tovenaar om zijn slagader door te bijten. Volkomen verrast valt hij dood ter aarde.

    Boven mij in de lucht verschijnt iets langwerpigs van hout. Even denk ik dat het een nieuwe aanval is maar dan begrijp ik dat het ons beloofde wapen is. Als ik het vang vormt het zich volkomen naar mijn hand. Het is een speer en in honderd talen staan er runes op. Drakendoder. Een schok trekt door mij heen. Runes. Die ik allemaal kan lezen omdat ik daar voor geleerd heb. Ik ben weer Hannah!
    Direct activeer ik mijn Word of Recall die mij terug brengt naar de andere wereld. Waarschijnlijk ben ik snel genoeg want ik wordt niet onderschept door kwade draken of orcs.

    De speer is met mij verweven, hij is van mij, en dat terwijl we er Floris mee moeten helpen. Ik besluit maar snel naar het hotel van Floris te reizen. Aldoor genietend van mijn eigen, sterke, hervonden lijf.

    Maar ik mis de etherische kracht wel. Ik voel me blind nu ik de zwaartekracht niet meer kan zien. Ik mis die macht. Ga ik die ooit weer voelen?
    Ik schudt het van me af, maar niet helemaal. Dit blijft nog wel even knagen…

    Als ik in Bechla aankom dan zijn de anderen daar ook al. We discussiëren en besluiten dat we haast hebben. Het kan niet lang duren voordat bekend is dat wij de proeven hebben doorstaan en een drakendoder in handen hebben. Floris houdt contact met Henry en leert op die manier dat de draak waar de vervloeking aan hangt in een klein paleis woont, op Mondatis. En dat hij een handvol stevige tovenaars heeft om hem te dienen en te beschermen. Floris regelt dat een aantal Warforged bondgenoten een aanval op het paleisje doen zodat wij ons tot de draak kunnen beperken.
    Om te voorkomen dat alle alarms direct afgaan als ik op Mondatis kom versmelt ik met Eionë. Ik vind dat tamelijk eng maar Erraine geeft mij het gevoel dat het veilig is, dat Eionë die magie onder controle heeft. Het is volkomen onwerkelijk om te voelen hoe Eionë mijn lijf bestuurt terwijl ik alleen toekijk. Samen hebben we een beetje trek in rauw vlees maar we weten dat te onderdrukken…

    Via de wereldzeeën met het schip van de duelist, en een binnendoortje via de Grote Leegte (die Raphaël kan ook alles), stappen wij direct het paleis binnen. Daar zien wij de stalen vuurwapen-golems in gevecht met een aantal tovenaars en horen we iets dieper in het gebouw het gebrul van een enorme draak. In volle vaart rent Eionë daar met ons gedeelde lijf naar toe en dan splitsen we weer op.

    In een grote balzaal zien wij een gigantische koperkleurige draak in gevecht met drie grote metalen strijders. De draak heeft een (mensenmaat) schild op de borst gebonden en allerhande magische ringen en kettingen om. Terwijl we naderen schakelt de draak nog een vechter uit, het zijn er nu nog maar twee.
    Eionë zingt een lied dat mijn hart doet zwellen van zelfvertrouwen, Raphaël onderdrukt de magiebronnen van de draak en Floor schiet met haar boog het magisch schild los. Dan ren ik naar voren, spring via de rug van de stevigste Warforged omhoog en steek met de speer naar de draak. Ik raak hem vol en de draak wordt meters naar achter geslingerd. Hij focust zich volledig op mij en schiet een straal van zuur mijn kant op. Mijn hele borst en armen voelen alsof ze verbranden. Ik bijt mij met moeite door deze pijn. Als ik op dit moment nog die mens was geweest dan had ik dit nooit overleefd. Dan roept Raphaël iets in een drakentaal en de kolossale koperkleurige kop draait kwaad naar hem toe. Eionë zingt een geneeskrachtig lied dat mijn pijn verzacht. Florianne (zwaarddanser, vrouwelijk) stormt naar voren met een fel gloeiend tweehandszwaard dat uit het niets verscheen. Ze ramt de achterpoot van draak en dan is het mijn kans. De draak kijkt nog steeds betoverd naar Raphaël en wankelt van de slag van Florianne. Het lied van Eione juicht door mij heen als ik onder de draak doorglijdt. Ik steek met al mijn kracht de Drakendoder speer precies tussen de zevende en achtste rib, druk door, laat los en glijdt verder. Met een geluid zoals gedonder in een bergpas stort de koperen kolos neer. Dood.

    Heel even geniet ik van het moment, dan roep ik naar de anderen dat we als een haas wegmoeten omdat het doden van draken op Mondatis altijd opgemerkt wordt en op zijn minst zal leiden tot een rechtszaak en mogelijk tot executie. Ik voel mij bekeken dus vertrek als eerste. De anderen pakken het schild, zoeken nog kort naar waardevolle objecten en gaan dan ook snel weg.

    Als ik aankom op het verborgen eiland was ik het zuur van mij af, dan ga ik bij de veilige tempel op zoek naar de priesteres.

    Ik heb weer vragen.

    Banruku lijkt een belang te hebben bij het succes van Floris.

    Nog zo’n vraag.

    Aan mijn ziel is te zien dat ik een drakendoder ben. Ik denk dat ik maar een tattoo ga laten zetten.
    Ik hoor achter mij weer een enorme kat stevig snorren, maar dit keer denk ik dat Shizumo trots op me is.

    Meer vragen borrelen in me op.

    Naast mij zweeft een zwaard. Het heeft nu de vorm van een bastaardformaat kromzwaard, en het heeft mooie golvende vorm. Precies zoals mijn orcenclan ze smeedt.
    Throxandar, ik ben er nog niet van af. Misschien dat ik het voor me kan laten werken. Als het even stoer is als het lijkt dan kan ik hier nog grootse daden mee doen.

    Ik heb, geloof ik, nog wat vragen.

    En ik kijk om me heen. Waar is de zwaartekracht? Waar zijn de geesten? Waar zijn de werelden? Ik mis ze. Ik mis Sin Jin.

    Ik heb een vraag.

    Erraine?